Mais planten

Proeflocatie 2026: Wortelgroei stimuleren in de maïsteelt

 

Op perceel 11 van de proeflocatie Zeeland onderzoekt melkveehouder Rick van der Horst in 2026 hoe de wortelgroei van maïs kan worden gestimuleerd. Daarbij wordt gekeken naar het effect van een nieuw biostimulant: Resid MG. Dit biologische product bevat onder andere mycorrhiza-schimmels, die de wortelontwikkeling van planten kunnen ondersteunen.

Binnen de proef staat de vraag centraal of een sterkere wortelontwikkeling leidt tot een betere opname van water en nutriënten.

Zeker in droge periodes kan een goed ontwikkeld wortelstelsel ervoor zorgen dat gewassen weerbaarder zijn tegen stress. Rick verwacht dat dit uiteindelijk zichtbaar wordt in de opbrengst en kwaliteit van de maïs.

Daarnaast sluit het experiment aan bij de zoektocht naar duurzamere teeltsystemen. Door beter gebruik te maken van natuurlijke processen en hulpmiddelen zoals biostimulanten, kan mogelijk efficiënter worden omgegaan met bemesting en water.

Proefopzet in het veld

Het experiment wordt uitgevoerd in snij- en korrelmaïs en bestaat uit drie verschillende behandelingen die met elkaar worden vergeleken.

·       De eerste variant is de gangbare teeltwijze.

·       In de tweede variant wordt tijdens het zaaien extra fosfaatmeststof toegediend.

·       In de derde variant wordt tijdens het zaaien Resid MG toegevoegd.

De proef wordt uitgevoerd met vier herhalingen per behandeling. Om invloeden van buitenaf te beperken, vallen de eerste twee rondes van het zaaien buiten de proefopzet. De maïs wordt gezaaid met een 8-rijige zaaimachine.

Voorafgaand aan de maïsteelt is een groenbemester met klavers geteeld. Na de oogst wordt opnieuw een vanggewas ingezaaid.

Wat wordt gemeten?

Tijdens het groeiseizoen wordt meerdere keren gekeken naar de ontwikkeling van het wortelstelsel van de maïs. De wortelgroei wordt minimaal twee keer beoordeeld: rond de open dag en rond het oogstmoment. De bevindingen worden vastgelegd met foto’s en schriftelijke waarnemingen.

Daarnaast wordt de opbrengst van de maïs bepaald. Hiervoor worden de verschillende stroken afzonderlijk geoogst, gewogen en geanalyseerd met behulp van een weegbrug. Ook worden versmonsters en kuilmonsters genomen om de kwaliteit van het gewas te beoordelen.

De wortelontwikkeling wordt begeleid door bodemspecialist Martijn van Vijfeijken van Vitaland. De oogstanalyses worden uitgevoerd door een extern laboratorium, waarschijnlijk Eurofins.

Onderzoeksvragen

Binnen dit experiment wil Rick van der Horst onderzoeken of het stimuleren van wortelgroei daadwerkelijk leidt tot een beter en weerbaarder maïsgewas. Hij verwacht dat extra fosfaat vooral effect heeft op de beginontwikkeling van het gewas, terwijl het effect van Resid MG waarschijnlijk later in het seizoen zichtbaar wordt, met name tijdens droge omstandigheden.

Daarnaast speelt de vraag hoe ver de bemesting kan worden teruggebracht wanneer gebruik wordt gemaakt van hulpmiddelen zoals biostimulanten. Het experiment moet inzicht geven in de rol die wortelontwikkeling kan spelen in een toekomstbestendige maïsteelt.

Bijzonderheden

  • Thema: Bodem- en waterkwaliteit
  • Aanvrager: Melkveehouderij Van der Horst V.O.F.
  • Medewerking van: Vitaland, Agrifirm Feed, Agrifirm Plant, Corteva Agriscience
  • Financiering: Grond beschikbaar gesteld door De AgroProeftuin Noordoost-Brabant
  • Looptijd: 2026
  • Locatie: Proeflocatie Zeeland