Mais planten

Proeflocatie 2026: Tweede kans voor kikkererwten op zand

 

Na een mislukte teelt in 2025 probeert melkveehouder Noortje Krol het opnieuw: kikkererwten op zandgrond. De belangrijkste uitdaging van vorig jaar – onkruiddruk – vormt dit jaar juist het vertrekpunt van het experiment.

Kikkererwten zijn van oorsprong een subtropisch gewas, maar door veredeling worden ze steeds geschikter voor teelt in noordelijkere klimaten. In Nederland is de ervaring met dit gewas echter nog beperkt, zeker op zandgronden. Tegelijkertijd biedt de kikkererwt interessante kansen: het is een stikstofbindend gewas, vraagt weinig kunstmest en kan bijdragen aan de eiwittransitie richting meer plantaardige voeding.

Binnen dit experiment wil Noortje inzicht krijgen in de teeltmogelijkheden van kikkererwten op zandgrond en de effecten op bodemkwaliteit, waterhuishouding en stikstofbenutting.

Opzet van het experiment

Het experiment is opgezet als een praktijkdemo met een verkennend karakter. De focus ligt op het succesvol telen van kikkererwten, zonder directe vergelijking met een referentiegewas.

Afhankelijk van de beschikbaarheid van zaaigoed wordt mogelijk gewerkt met meerdere rassen of varianten, die in stroken naast elkaar worden ingezaaid. Hiermee kan ervaring worden opgedaan met verschillen in groei, ontwikkeling en opbrengst.

Daarnaast wordt gekeken naar de inpassing van kikkererwten in een bredere bouwplanrotatie. Het gewas fungeert als rustgewas en kan worden opgevolgd door bijvoorbeeld snijmaïs of aardappelen. Op termijn kan zo ook inzicht ontstaan in het effect van kikkererwten op vervolgteelten.

Metingen en waarnemingen

Om de effecten van de teelt in kaart te brengen, worden verschillende metingen uitgevoerd. Voor en na het teeltseizoen worden bodemmonsters genomen om veranderingen in bodemkwaliteit te analyseren, bijvoorbeeld op het gebied van pH en mogelijk ook bodemleven.

Daarnaast wordt gekeken naar de stikstofdynamiek, waaronder de mate van stikstofbinding en mogelijke uitspoeling. Ook wordt de opbrengst bepaald, waarbij onder andere droge stofgehalte en opbrengst worden gemeten.

Gegevens over neerslag en beregening worden bijgehouden via externe bronnen, zoals KNMI-gegevens. De resultaten worden vastgelegd in digitale overzichten en rapportages, zodat deze ook gebruikt kunnen worden voor verdere analyse en kennisdeling.

Onderzoeksvragen

Binnen dit experiment staat de vraag centraal of kikkererwten succesvol geteeld kunnen worden op zandgrond in Nederland.

Noortje wil met name inzicht krijgen in de mate van stikstofbinding en de factoren die hierop van invloed zijn. Daarnaast wordt onderzocht wat het effect van de teelt is op de bodemkwaliteit en waterhuishouding.

Ook spelen praktische vragen een belangrijke rol. Zo wordt gekeken naar uitdagingen zoals onkruidbestrijding, ziektegevoeligheid en het bepalen van het juiste oogstmoment binnen het Nederlandse klimaat. Het experiment moet uiteindelijk bijdragen aan een beter begrip van de kansen en beperkingen van kikkererwten als nieuw gewas binnen een toekomstbestendig landbouwsysteem.

Bijzonderheden
Thema: Eiwitteelt
Aanvrager: Melkveehouder Noortje Krol
Medewerking van: Bodembemonstering Soilz
Financiering: Grond beschikbaar gesteld door De AgroProeftuin Noordoost-Brabant
Looptijd: 2026
Locatie: Proeflocatie Zeeland
Het Franse kikkererwten-zaad is onder de Nederlandse omstandigheden niet goed opgekomen. Hier wordt een ander gewas gezaaid.