Melkveehouder en vleesveehouder Roel Albers voert in 2026 op de proeflocatie Zeeland een experiment uit met mais. In deze proef wordt de gangbare teelt van maïs vergeleken met een aanpak waarbij bemesting en bewerkingen nauwgezet worden afgestemd op basis van bodembalans- en Chroma-analyses van het voorgaande jaar.
Binnen de landbouw wordt steeds vaker gekeken naar hoe de bodem beter als uitgangspunt kan dienen voor teeltbeslissingen. In plaats van standaard bemesten, wordt geprobeerd om gerichter te werken op basis van wat de bodem daadwerkelijk nodig heeft. Dit kan mogelijk leiden tot een efficiëntere nutriëntenbenutting, een betere gewasontwikkeling en minder uitspoeling van stikstof.
Roel wil met dit experiment onderzoeken of deze manier van werken daadwerkelijk resulteert in een hogere opbrengst en betere voederwaarde van de maïs en tegelijkertijd kan bijdragen aan een lagere stikstofuitspoeling.
Opzet van het experiment
Het experiment is opgezet als een praktijkdemo met een eenvoudige strokenindeling. Op het perceel worden twee teeltsystemen naast elkaar vergeleken.
In de eerste strook wordt maïs geteeld volgens de gangbare teeltwijze, met standaard bemesting en bewerkingen. In de tweede strook worden de bemesting en bewerkingen uitgevoerd op basis van advies dat is opgesteld aan de hand van bodembalans- en Chroma-analyses. Dit advies is gericht op het beter afstemmen van de teelt op de behoeften van de bodem.
Daarnaast wordt mogelijk gebruikgemaakt van mechanische onkruidbestrijding met een Rotary Hoe, om te onderzoeken of dit een aanvulling kan zijn binnen deze aanpak.
Door deze twee systemen naast elkaar te leggen, kunnen verschillen in gewasontwikkeling en bodemreactie visueel en praktisch worden vergeleken.
Metingen en waarnemingen
Om de effecten van de verschillende teeltstrategieën te beoordelen, worden gedurende en na de teelt diverse metingen uitgevoerd. Bij de oogst wordt de gewasopbrengst en voederwaarde van de maïs bepaald.
Daarnaast wordt gedurende het seizoen gekeken naar de onkruid- en ziektedruk. Na afloop van de teelt worden bodemanalyses uitgevoerd, waaronder Chroma- en bodembalansanalyses. Ook worden N-residumetingen gedaan om inzicht te krijgen in de hoeveelheid stikstof die na de teelt nog in de bodem aanwezig is.
De analyses worden uitgevoerd door gespecialiseerde partijen, terwijl de ondernemer verantwoordelijk is voor de praktische uitvoering en het verzamelen van gegevens.
Onderzoeksvragen
Binnen dit experiment staat de vraag centraal of een teeltstrategie op basis van bodembalans- en Chroma-analyses leidt tot betere resultaten dan de gangbare werkwijze.
Roel wil onderzoeken of deze aanpak resulteert in een hogere opbrengst en een betere voederwaarde van de maïs. Daarnaast is hij benieuwd of het mogelijk is om de stikstofuitspoeling te verlagen door gerichter te bemesten.
Ook speelt de praktische toepasbaarheid een rol. Het experiment moet inzicht geven in de vraag of deze manier van werken haalbaar is binnen de dagelijkse bedrijfsvoering en of het voldoende meerwaarde biedt ten opzichte van de standaard teeltmethode.
Bijzonderheden
Thema: Bodemkwaliteit
Aanvrager: Melkveehouder Roel Albers
Medewerking van: Bodembemonstering Soilz
Financiering: Grond beschikbaar gesteld door De AgroProeftuin Noordoost-Brabant
Looptijd: 2026
Locatie: Proeflocatie Zeeland