Mais planten

Proeflocatie 2026: Effect van rustgewassen op bodemkwaliteit

 

Voor melkveehouder Geert Hol staat één vraag centraal: wat gebeurt er met de bodem als je deze zo lang mogelijk bedekt en actief houdt? Op de proeflocatie Zeeland onderzoekt hij dit met verschillende rustgewassen.

Op het perceel is een landsberger gemenge ingezaaid, een mengsel dat vaak wordt gebruikt als groenbemester en rustgewas. In dit experiment wordt gekeken naar twee verschillende manieren van omgaan met dit gewas. Enerzijds blijft het gewas staan en wordt het gedurende het seizoen meerdere keren gemaaid. Anderzijds wordt het gewas ondergewerkt, waarna een teelt van maïs en sorghum wordt ingezaaid.

Geert verwacht dat het laten staan en maaien van het landsberger gemenge kan bijdragen aan een continu actieve bodem. Door levende wortels in de bodem te houden en het maaisel als mulch te laten fungeren, kan de bodemstructuur verbeteren en het bodemleven worden gestimuleerd. Tegelijkertijd wil hij inzicht krijgen in hoe dit zich verhoudt tot een systeem waarbij het gewas wordt ondergewerkt en vervangen door een nieuwe teelt.

Opzet van het experiment

Het experiment is opgezet als een praktijkdemo met een eenvoudige strokenindeling. Op het perceel worden twee systemen naast elkaar vergeleken.

In de eerste strook blijft het landsberger gemenge staan en wordt dit gedurende het seizoen meerdere keren gemaaid. Deze strook fungeert als een vorm van permanent rustgewas. In de tweede strook wordt het groenbemestermengsel gemaaid en ondergewerkt, waarna een combinatie van maïs en sorghum wordt ingezaaid als rustgewas.

Door deze twee benaderingen naast elkaar te leggen, ontstaat inzicht in het effect van continu bodembedekking met levende wortels ten opzichte van een systeem met grondbewerking en herinzaai.

Metingen en waarnemingen

Om de effecten van de verschillende systemen goed in beeld te brengen, worden zowel tijdens als na de teelt metingen uitgevoerd. Tijdens de teelt wordt onder andere gekeken naar de gewasontwikkeling en eventuele onkruid- of ziektedruk.

Bij de oogst worden de gewasopbrengst en voederwaarde bepaald voor zowel het landsberger gemenge als de maïs-sorghumteelt. Daarnaast worden na de teelt verschillende bodemanalyses uitgevoerd, waaronder Chroma-analyses en bodembalansanalyses. Ook worden N-residumetingen gedaan om inzicht te krijgen in de nutriëntenbenutting en mogelijke uitspoeling.

Deze combinatie van metingen geeft een breed beeld van de effecten van de gekozen teeltstrategieën op zowel opbrengst als bodemkwaliteit.

Onderzoeksvragen

Binnen dit experiment staat de vraag centraal wat het effect is van het laten staan en maaien van landsberger gemenge op de bodemgezondheid, in vergelijking met het onderwerken van het gewas en het inzaaien van een nieuwe teelt.

Geert wil met name inzicht krijgen in de invloed op bodemstructuur, bodemleven en waterhuishouding. Daarnaast speelt de vraag in hoeverre deze aanpak bijdraagt aan het vasthouden van nutriënten en het beperken van uitspoeling.

Ook kijkt hij naar de praktische kant van beide systemen: hoe beïnvloeden ze de bewerkbaarheid van de grond en de inpasbaarheid binnen zijn bedrijfsvoering? Uiteindelijk moet het experiment helpen bepalen welke aanpak het meest bijdraagt aan een gezonde en weerbare bodem op de lange termijn.

Bijzonderheden