Mais planten

Proeflocatie 2026: Effect van groenbemesters op de maïsteelt

 

Niet de maïs zelf, maar wat eraan voorafgaat staat centraal op perceel 6. Bodemcoach Hein Heeren onderzoekt hoe verschillende voorbehandelingen – zoals groenbemesters en mesttoepassingen – doorwerken in de groei van snijmaïs.

Groenbemesters spelen een belangrijke rol in het verbeteren van bodemkwaliteit, het stimuleren van bodemleven en het beperken van nitraatuitspoeling. Door voorafgaand aan de maïsteelt verschillende behandelingen toe te passen, wil Hein onderzoeken welke aanpak de meeste meerwaarde biedt voor de daaropvolgende teelt.

Het doel is om te achterhalen of bepaalde combinaties van groenbemester, mest en aanvullende producten kunnen bijdragen aan een betere maïsontwikkeling én een lagere stikstofuitspoeling.

Opzet van het experiment

Het experiment is opgezet als een praktijkdemo met herhalingen. Er worden acht plots aangelegd waarin vier behandelingen met elkaar worden vergeleken. Elke behandeling komt twee keer terug.

De proef vergelijkt een controle met behandelingen waarin wordt gewerkt met gevitaliseerde mest, een nog nader te bepalen middel en een combinatie van gevitaliseerde mest met dat middel. Deze voorbehandelingen worden toegepast om te beoordelen of ze effect hebben op de bodem en daarmee op de ontwikkeling van de snijmaïs.

De hoofdteelt in het eerste jaar is maïs. Na de maïsteelt wordt Japanse haver ingezaaid als vanggewas.

Metingen en waarnemingen

Om de effecten van de behandelingen te beoordelen, wordt onder andere gekeken naar de stikstofvoorraad in de bodem. Deze wordt gemeten tot een diepte van 90 centimeter. Daarmee ontstaat inzicht in de hoeveelheid stikstof die na de teelt nog in de bodem aanwezig is en mogelijk kan uitspoelen.

Daarnaast wordt geprobeerd om het bodemleven in kaart te brengen. De exacte methode hiervoor moet nog worden bepaald. Ook wordt mogelijk gebruikgemaakt van NDVI-metingen om de gewasontwikkeling objectief te volgen.

De metingen worden eenmalig uitgevoerd, rond 20 november. De stikstofmetingen worden uitgevoerd door Soilz. Voor bodemleven en NDVI wordt nog gekeken welke partij dit kan oppakken.

Onderzoeksvragen

Binnen dit experiment staat de vraag centraal of verschillende voorbehandelingen vóór de maïsteelt bijdragen aan een betere ontwikkeling van het gewas en een lagere nitraatuitspoeling.

Hein wil onderzoeken of gevitaliseerde mest en een aanvullend middel meerwaarde hebben in de teelt van maïs. Daarbij kijkt hij niet alleen naar de groei van de maïs zelf, maar ook naar het effect op stikstofbenutting en bodemleven.

Daarnaast is de proef verkennend van aard. De uitkomsten moeten helpen bepalen welke behandelingen interessant zijn om in een volgend jaar verder te onderzoeken of te verfijnen.

Bijzonderheden
Thema: Bodemkwaliteit
Aanvrager: Akkerbouwer Hein Heeren
Medewerking van: Bodembemonstering Soilz
Financiering: Grond beschikbaar gesteld door De AgroProeftuin Noordoost-Brabant
Looptijd: 2026
Locatie: Proeflocatie Zeeland