Praktijkproeven 2025: samen werken aan de landbouw van morgen

Hoe houd je de bodem gezond, benut je nutriënten slimmer en blijf je tegelijkertijd een goede opbrengst realiseren? Op de proeflocatie van De AgroProeftuin Noordoost-Brabant zoeken agrarische ondernemers samen met onderzoekers en studenten naar antwoorden. De resultaten van de experimenten in 2025 laten zien dat veel innovaties perspectief bieden, maar ook dat praktijkonderzoek meerdere jaren nodig heeft om echt te weten wat werkt.

De rode draad van de experimenten in 2025: een toekomstbestendige landbouw begint bij een gezonde bodem. Daarom werd gekeken naar verschillende manieren om de bodemkwaliteit te verbeteren, stikstof efficiënter te benutten en gewassen weerbaarder te maken.

Aan de namen van de individuele ondernemers is het resultatenoverzicht per perceel gekoppeld.  

Groenbemesters
Op het bedrijf van Pieter en Sonja Thelosen werden meerdere proeven uitgevoerd. Zo werd onderzocht of meervoudige groenbemesters bijdragen aan een rendabele aardappelteelt. Hoewel de verschillen in opbrengst nog beperkt waren, bleef een Cool Season-mengsel langer groen en leek een biostimulant de hoeveelheid achterblijvende minerale stikstof te verminderen. Daarnaast onderzocht het ondernemerspaar de combinatie van wintertarwe en veldbonen. Die mengteelt leverde ongeveer 25 procent meer ruw eiwit op dan monoteelt tarwe en liet zien dat na de oogst meer stikstof beschikbaar bleef voor de volgteelt.

Onvoldoende peulen
Ook Geert Hol onderzocht een mengteelt, namelijk maïs met klimbonen. De proef liet zien dat de klimbonen zich goed ontwikkelden, maar onvoldoende peulen vormden. Daardoor bleef de opbrengst en voederwaarde achter bij een monoteelt maïs. De verwachting is dat een ander bonenras of een aangepaste zaaidatum betere resultaten kan opleveren.

Slimmer met stikstof?
Slimmer omgaan met stikstof stond centraal in meerdere proeven. Chiel de Haas onderzocht rijenbemesting in suikerbieten. De eerste resultaten laten nog geen duidelijke verschillen in opbrengst zien, maar wijzen wel op minder minerale stikstof in de bovenste bodemlaag.
Rick van der Horst testte in maïs het effect van BlueN, een bacterie die stikstof uit de lucht beschikbaar maakt voor de plant. De combinatie van BlueN en rijenbemesting gaf de hoogste opbrengst, al waren de verschillen nog te klein om daar definitieve conclusies aan te verbinden.
Niet iedere innovatie bleek direct succesvol. Bij de proef van Ron Peters bleef een slow-release meststof in aardappelen achter bij de standaardbemesting. De opbrengst en kwaliteit waren lager en er bleef meer stikstof in de bodem achter. Juist zulke resultaten leveren waardevolle praktijkkennis op voor vervolgonderzoek.

Nieuwe teeltsystemen
Verschillende ondernemers kijken ook nadrukkelijk naar nieuwe teeltsystemen. Joey en Ronald Habraken onderzoeken een meerjarige luzerneteelt met maïs als dekgewas. De eerste opbrengsten zijn veelbelovend, maar de werkelijke meerwaarde wordt pas de komende jaren zichtbaar.
Roel Albers liet zien dat snelle lenterogge als rustgewas goed gecombineerd kan worden met een vroeg maïsras, terwijl Joris Ingenbleek en Jos van Kempen een goede maïsopbrengst realiseerden met verschillende typen rundveedrijfmest.

Integraal kijken naar de bodem
Op perceel van John Melis en Ron Cox stond een integrale bodembenadering centraal. Door minimale grondbewerking, uitsluitend organische bemesting en beperkt gebruik van gewasbescherming werd een bovengemiddelde aardappelopbrengst gerealiseerd, terwijl ook de bodemkwaliteit zich positief ontwikkelde. Building Balance onderzocht daarnaast de teelt van vijf vezelgewassen, waaronder miscanthus, vlas en vezelhennep. De eerste verschillen in bodemkwaliteit zijn zichtbaar, maar de grootste effecten worden pas de komende jaren verwacht.

De belangrijkste conclusie van 2025?
Duurzame landbouw ontstaat niet door één innovatie, maar door het stapelen van kennis en praktijkervaring. Door de proeven de komende jaren voort te zetten, ontstaat steeds beter inzicht in welke maatregelen ondernemers helpen om hun bodem én bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken.