Op dinsdag 5 augustus organiseerde De AgroProeftuin Noordoost-Brabant een verdiepende kennissessie over groenbemesters. Agrarisch ondernemers die zijn verbonden aan de proeflocatie kregen nieuwe inzichten van bodemdeskundige Martijn van Vijfeijken en salesmanager Ramon Timmer van DSV Zaden. Thema’s als humusopbouw, kolonisatieresistentie, bodemleven en companion cropping kwamen uitgebreid aan bod. De rode draad: durf anders te kijken en kies doelgericht – want de groenbemester is het voorgerecht van de hoofdteelt.
Volgens Martijn van Vijfeijken draait het allemaal om twee systemen die elkaar versterken: een gezonde bodem geeft een gezond gewas – en andersom. Groenbemesters zijn daarin een cruciale schakel. Niet alleen vanwege hun fysieke bijdrage aan structuur en koolstofopbouw in de bodem, maar ook hun chemische en biologische bijdrage. Via de wortels worden suikers uitgescheiden die via exudaten het bodemleven activeren. En dat bodemleven is essentieel voor onder andere de stikstofkringloop, weerbaarheid en humusvorming.
Organische stof is geen humus
Martijn waarschuwde: “Organische stof is niet hetzelfde als humus.” Waar organische stof vooral bestaat uit dode of levende planten- en dierenresten, is humus juist het stabiele, zuurstofrijke en moeilijk afbreekbare deel van die organische stof. Het doel moet dan ook zijn: humus opbouwen. Dat maakt de bodem weerbaar, waterregulerend én levendig.
Is het organische stofgehalte (OS) al hoog, dan draait het niet om méér aanvoer, maar om het verbeteren van de kwaliteit – bijvoorbeeld via specifieke groenbemestermengsels of, in uitzonderlijke gevallen, compost. “Compost gebruik je alleen als het écht nodig is,” aldus Martijn.
Diversiteit voedt de bodem
Ramon Timmer ging in op de voordelen van soortenrijke groenbemestermengsels zoals TerraLife®. Hij benadrukte het belang van risicospreiding, biodiversiteit, verschillende bewortelingsdieptes en een betere beschikbaarheid van nutriënten. “Denk in combinaties,” aldus Timmer. “Elke plant in een mengsel vervult zijn eigen rol in de bodem.” Zo activeert wikke tot wel 750 soorten bodemleven, terwijl bladrammenas er ongeveer 350 beïnvloedt. Samen vormen ze een dynamisch ecosysteem.
Actieve wortelgroei speelt hierin een sleutelrol. “Goede wortelontwikkeling voedt het bodemleven,” stelde Martijn. “Een luchtige bodem met veel ingebouwde zuurstof, veel exudaten en een divers wortelbeeld zijn tekenen van gezonde groei.”

Overtuigende resultaten met mengsels
Timmer onderbouwde de meerwaarde van groenbemestermengsels met resultaten uit het Duitse CATCHY-onderzoek, dat negen jaar liep. De resultaten met groenbemestermengsel zijn overtuigend:
Ook stikstofoptimalisatie kwam aan bod. Vlinderbloemigen kunnen per 10 cm gewashoogte zo’n 20 kg stikstof vastleggen. Een slimme combinatie van vlinderbloemigen zorgt dat die stikstof tijdig beschikbaar komt voor de hoofdteelt. Waarbij Martijn aanvult: “Stikstof kun je alleen vastleggen en laten vrijkomen door actief bodemleven.”
Bekijk hier de resultaten van het CATCHY-onderzoek.
Companion cropping
Nieuw en interessant was het thema companion cropping: het bewust combineren van hoofd- en nevengewassen op hetzelfde perceel. Bijvoorbeeld door een groenbemester tussen aardappelen of graan in te zaaien. De voordelen zijn veelbelovend: bescherming tegen erosie, verbeterde bodemstructuur, temperatuurregulering, stimulering van het bodemleven, minder ziekten en plagen en dus minder gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen én minder uitspoeling van nitraat.
De aanwezige ondernemers toonden interesse om hiermee te experimenteren op de proeflocatie. Er kwamen veel vragen voorbij: wat is het juiste zaaimoment? Welke combinaties werken het beste? En hoe voorkom je dat onderzaai gaat concurreren met het hoofdgewas? Hoe organiseer je de oogst?

Groenbemester onderwerken: timing is alles
Ook het onderwerken van groenbemesters kwam aan bod. Laat in het seizoen onderwerken (tot 1 maart) biedt voordelen voor stikstofbehoud, structuur, biodiversiteit en bodemleven – maar er moet wel voldoende tijd zijn voor vertering voordat de hoofdteelt wordt ingezaaid. De tip van Martijn: gebruik een biofrees op vijf centimeter diepte, laat het materiaal twee weken verteren en zaai of poot daarna pas de hoofdteelt.
Vervolg 2026
De kennissessie gaf de aanwezige ondernemers veel concrete inzichten én nieuwe vragen. Hoe kies je de juiste groenbemester? Wat is het hoofddoel? Hoe integreer je companion crops in je bouwplan?
De oproep was duidelijk: de bodem is complex, maar wie doelgericht durft te kiezen, bouwt aan een veerkrachtig systeem voor toekomstbestendige landbouw.